Live weerstation Medemblik, Noord-Holland
Weerstation Medemblik
Actueel weer uit Medemblik Betrouwbaar • lokaal • 24/7 live meetgegevens
20,8°C
Live stationdata
Wind 14,0 km/u • Luchtdruk 1.022,5 hPa
Weerwoordenboek A–Z

Weeralmanak

Uitleg van veelgebruikte én technische weertermen. Zoek op een begrip of filter op onderwerp.

134 begrippen zichtbaar

A
Lucht en druk

Advectie

Horizontaal transport van lucht en eigenschappen zoals warmte en vocht door de wind.

A
Zon en straling

Albedo

Het deel van het invallende zonlicht dat door een oppervlak wordt teruggekaatst. Sneeuw heeft bijvoorbeeld een hoog albedo.

A
Meten en modellen

Anemometer

Instrument waarmee windsnelheid wordt gemeten.

A
Lucht en druk

Anticycloon

Een hogedrukgebied met dalende lucht. Vaak hoort daar rustig en relatief droog weer bij.

A
Neerslag

Aquaplaning

Verlies van grip doordat een laag water tussen band en wegdek ontstaat.

A
Algemeen

Atmosfeer

De gaslaag rond de aarde waarin het weer zich grotendeels afspeelt.

B
Meten en modellen

Barometer

Meetinstrument voor luchtdruk, meestal uitgedrukt in hectopascal.

B
Wind

Beaufortschaal

Schaal van 0 tot en met 12 waarmee windkracht wordt aangeduid op basis van de gemiddelde windsnelheid.

B
Wolken en zicht

Bewolking

De mate waarin de hemel door wolken bedekt is.

B
Onweer en extremen

Bliksem

Elektrische ontlading in of tussen wolken, of tussen een wolk en de aarde.

B
Temperatuur

Bodemtemperatuur

Temperatuur van de bodem op of onder het aardoppervlak.

B
Neerslag

Bui

Neerslag die uit convectieve wolken valt en vaak plotseling begint en eindigt.

B
Onweer en extremen

Buienlijn

Lijnvormige zone met buien, soms met onweer, zware regen en windstoten.

C
Onweer en extremen

CAPE

Maat voor de hoeveelheid potentiële energie voor stijgende lucht. Een hogere CAPE kan gunstig zijn voor krachtige buien, maar zegt niet alles over onweerskansen.

C
Temperatuur

Celsius

Temperatuurschaal waarbij water bij normale luchtdruk rond 0 °C bevriest en rond 100 °C kookt.

C
Wolken en zicht

Cirrostratus

Hoge, dunne sluierbewolking die vaak een halo rond zon of maan kan veroorzaken.

C
Wolken en zicht

Cirrus

Hoge, dunne wolken die vooral uit ijskristallen bestaan.

C
Lucht en druk

Condensatie

Overgang van waterdamp naar vloeibare waterdruppeltjes, bijvoorbeeld bij wolkenvorming.

C
Lucht en druk

Convectie

Verticale luchtbeweging doordat warmere lucht opstijgt en koudere lucht daalt.

C
Wolken en zicht

Cumulonimbus

Zwaar ontwikkelde buienwolk die onweer, hagel, zware regen en windstoten kan veroorzaken.

C
Wolken en zicht

Cumulus

Stapelwolk die ontstaat door opstijgende warme lucht.

C
Lucht en druk

Cycloon

Algemene benaming voor een grootschalig lagedrukgebied met ronddraaiende luchtstroming.

D
Lucht en druk

Dauw

Waterdruppeltjes die ontstaan wanneer oppervlakken afkoelen tot onder het dauwpunt.

D
Lucht en druk

Dauwpunt

Temperatuur waarbij lucht bij afkoeling verzadigd raakt en waterdamp begint te condenseren.

D
Lucht en druk

Depressie

Lagedrukgebied waarin lucht op grote schaal samenstroomt en opstijgt. Vaak verbonden met wolken, wind en neerslag.

D
Neerslag

Driftsneeuw

Sneeuw die door sterke wind wordt opgejaagd en zich kan ophopen tot sneeuwduinen.

D
Algemeen

Droogte

Langdurige periode met een tekort aan neerslag en/of beschikbaar bodem- en oppervlaktewater.

E
Meten en modellen

ECMWF

Europees centrum dat onder andere wereldwijde numerieke weersverwachtingen berekent.

E
Lucht en druk

Evapotranspiratie

Gezamenlijk verlies van water door verdamping uit bodem en water én door transpiratie van planten.

F
Lucht en druk

Front

Overgangszone tussen luchtmassa’s met verschillende eigenschappen, vooral temperatuur en vocht.

F
Wind

Föhn

Warme en droge valwind aan de lijzijde van een gebergte, ontstaan nadat lucht aan de loefzijde is opgestegen en vocht heeft verloren.

G
Temperatuur

Gevoelstemperatuur

Maat voor hoe koud of warm het voor mensen aanvoelt. Bij kou speelt vooral wind een belangrijke rol.

G
Neerslag

Graupel

Zachte, witte korrels die ontstaan wanneer onderkoelde waterdruppels aan sneeuwkristallen vastvriezen.

G
Wolken en zicht

Grondmist

Mistlaag die vooral dicht bij de grond voorkomt en vaak slechts enkele meters tot tientallen meters dik is.

G
Temperatuur

Grondvorst

Vorst vlak boven de grond terwijl de temperatuur op de officiële meethoogte nog boven 0 °C kan liggen.

H
Neerslag

Hagel

Harde ijsdeeltjes die in sterke buienwolken groeien door herhaald op- en neergaan in de wolk.

H
Zon en straling

Halo

Lichtring of boog rond zon of maan door breking en weerkaatsing van licht in ijskristallen.

H
Lucht en druk

Hectopascal (hPa)

Eenheid voor luchtdruk. Rond zeeniveau ligt de gemiddelde luchtdruk ongeveer rond 1013 hPa.

H
Temperatuur

Hittedag

Informele benaming voor een zeer warme dag. Officiële klimaatstatistieken gebruiken onder meer zomerse en tropische dagen.

H
Temperatuur

Hittegolf

In Nederland: minstens vijf zomerse dagen op rij in De Bilt, waarvan minstens drie tropische dagen.

H
Lucht en druk

Hogedrukgebied

Gebied waar de luchtdruk hoger is dan in de omgeving. Dalende lucht remt vaak wolken- en neerslagvorming.

H
Lucht en druk

Hoogtelaag

Lagedrukgebied op grotere hoogte in de atmosfeer, vaak gevuld met relatief koude lucht.

H
Neerslag

Hoosbui

Zeer zware regenbui waarbij in korte tijd veel neerslag valt en lokaal wateroverlast kan ontstaan.

I
Temperatuur

IJsdag

Dag waarop de maximumtemperatuur de hele dag onder 0 °C blijft.

I
Neerslag

IJzel

Regen of motregen die bevriest zodra deze een koud oppervlak raakt en daardoor een gladde ijslaag vormt.

I
Lucht en druk

Inversie

Laag waarin de temperatuur met de hoogte toeneemt in plaats van afneemt. Een inversie kan mist, lage bewolking of luchtverontreiniging vasthouden.

I
Lucht en druk

Isobaar

Lijn op een weerkaart die punten met dezelfde luchtdruk verbindt.

J
Wind

Jetstream

Engelse benaming voor de straalstroom: een smalle band met zeer sterke wind hoog in de atmosfeer.

K
Meten en modellen

Kansverwachting

Verwachting die aangeeft hoe waarschijnlijk een bepaalde weerssituatie of grenswaarde is.

K
Lucht en druk

Koufront

Front waarbij koudere lucht oprukt en warmere lucht verdringt. Kan gepaard gaan met buien en winddraaiing.

K
Wind

Krimpende wind

Wind die tegen de klok in van richting verandert, bijvoorbeeld van zuidwest naar zuid.

L
Lucht en druk

Lagedrukgebied

Gebied met lagere luchtdruk dan de omgeving. Opstijgende lucht bevordert vaak wolken en neerslag.

L
Lucht en druk

Latente warmte

Energie die vrijkomt of wordt opgenomen bij faseovergangen van water, bijvoorbeeld bij condensatie of verdamping.

L
Wind

Lijzijde

De zijde die van de wind af ligt, bijvoorbeeld achter een dijk, gebouw of gebergte.

L
Lucht en druk

Luchtdruk

Druk die de luchtkolom boven een oppervlak uitoefent. Wordt meestal gemeten in hPa.

L
Lucht en druk

Luchtmassa

Grote hoeveelheid lucht met relatief gelijksoortige temperatuur- en vochtkenmerken.

L
Lucht en druk

Luchtvochtigheid

Hoeveelheid waterdamp in de lucht. Vaak wordt de relatieve luchtvochtigheid in procenten gebruikt.

M
Wolken en zicht

Mammatus

Zakvormige uitstulpingen onder een wolkenbasis, soms zichtbaar bij zware buiencomplexen.

M
Wolken en zicht

Mist

Zeer kleine waterdruppeltjes in de lucht bij de grond die het zicht beperken.

M
Neerslag

Motregen

Neerslag van zeer kleine waterdruppeltjes, meestal uit lage stratusbewolking.

N
Neerslag

Neerslag

Water dat uit de atmosfeer naar het aardoppervlak valt, zoals regen, sneeuw, hagel of motregen.

N
Neerslag

Neerslagintensiteit

Hoeveelheid neerslag die per tijdseenheid valt, vaak uitgedrukt in millimeter per uur.

N
Meten en modellen

Neerslagradar

Radar die de locatie en intensiteit van neerslaggebieden meet door uitgezonden radiosignalen te analyseren.

N
Wolken en zicht

Nevel

Zichtvermindering door kleine waterdruppeltjes, maar minder sterk dan bij mist.

N
Meten en modellen

Numeriek weermodel

Computermodel dat de toekomstige toestand van de atmosfeer berekent uit natuurkundige vergelijkingen en actuele waarnemingen.

O
Lucht en druk

Occlusiefront

Front dat ontstaat wanneer een koufront een warmtefront inhaalt en de warme lucht van de grond wordt opgetild.

O
Onweer en extremen

Onweer

Weersituatie met elektrische ontladingen, meestal in krachtige buienwolken en vaak gecombineerd met zware regen, hagel of windstoten.

O
Onweer en extremen

Onweerscel

Afzonderlijke convectieve bui waarin bliksem voorkomt.

O
Wolken en zicht

Opklaring

Tijdelijk of plaatselijk gebied met minder bewolking waardoor de zon of blauwe lucht zichtbaar wordt.

O
Onweer en extremen

Orkaan

Tropische cycloon met zeer hoge aanhoudende windsnelheden. In de Beaufortschaal betekent windkracht 12 eveneens orkaankracht.

O
Neerslag

Orografische neerslag

Neerslag die ontstaat wanneer vochtige lucht tegen heuvels of bergen wordt opgetild en afkoelt.

P
Wind

Passaat

Vrij constante wind in de tropen die vanaf subtropische hogedrukgebieden richting de evenaar waait.

P
Neerslag

Plensbui

Korte, intensieve regenbui waarbij in korte tijd veel water kan vallen.

P
Meten en modellen

Pluimverwachting

Grafiek met veel modelberekeningen naast elkaar. De spreiding geeft een indruk van de onzekerheid in de verwachting.

P
Lucht en druk

Poollucht

Relatief koude luchtmassa afkomstig uit hoge breedtegraden.

Q
Lucht en druk

QNH

Naar zeeniveau herleide luchtdruk die in de luchtvaart wordt gebruikt om een hoogtemeter in te stellen.

Q
Lucht en druk

Quasi-stationair front

Front dat nauwelijks van plaats verandert en daardoor langdurig bewolking of neerslag kan geven.

R
Meten en modellen

Radarreflectiviteit

Maat voor de sterkte van het radarsignaal dat door neerslagdeeltjes wordt teruggekaatst.

R
Neerslag

Regen

Vloeibare neerslag in druppelvorm.

R
Zon en straling

Regenboog

Kleurboog die ontstaat door breking, weerkaatsing en spreiding van zonlicht in regendruppels.

R
Neerslag

Regenschaduw

Relatief droog gebied aan de lijzijde van een gebergte doordat veel vocht al aan de loefzijde is uitgeregend.

R
Lucht en druk

Relatieve luchtvochtigheid

Verhouding tussen de aanwezige hoeveelheid waterdamp en de maximaal mogelijke hoeveelheid bij dezelfde temperatuur, uitgedrukt in procenten.

R
Lucht en druk

Rijp

IJskristallen die direct uit waterdamp op een koud oppervlak ontstaan wanneer dat oppervlak onder het vriespunt ligt.

R
Wind

Rukwind

Korte, plotselinge toename van de windsnelheid.

S
Meten en modellen

Satellietbeeld

Beeld van wolken, vocht, temperatuur of andere atmosferische eigenschappen gemeten vanuit een weersatelliet.

S
Wind

Schaal van Beaufort

Zie Beaufortschaal: indeling van windkracht van 0 tot en met 12.

S
Wolken en zicht

Shelf cloud

Lage, horizontale wolkenbank aan de voorzijde van een krachtige bui, vaak vlak voor windstoten en hevige neerslag.

S
Algemeen

Smog

Sterk verhoogde concentratie luchtverontreiniging, vaak bevorderd door bepaalde weersomstandigheden zoals weinig wind of een inversie.

S
Neerslag

Sneeuw

Neerslag van ijskristallen die vaak samenklonteren tot sneeuwvlokken.

S
Neerslag

Sneeuwjacht

Sneeuw die door krachtige wind wordt opgejaagd, waardoor zicht sterk kan teruglopen en sneeuwduinen kunnen ontstaan.

S
Wind

Stijgwind

Opwaartse luchtbeweging, bijvoorbeeld in thermiek of in een buienwolk.

S
Wind

Storm

Volgens de Beaufortschaal windkracht 9 met een gemiddelde windsnelheid van ongeveer 75 tot 88 km/u.

S
Lucht en druk

Stormdepressie

Krachtig lagedrukgebied dat op grote schaal harde wind of storm kan veroorzaken.

S
Onweer en extremen

Stormvloed

Uitzonderlijk hoge waterstand langs de kust door een combinatie van getij, lage luchtdruk en krachtige aanlandige wind.

S
Wind

Straalstroom

Smalle zone met zeer hoge windsnelheden op ongeveer 9 tot 12 kilometer hoogte die grote invloed heeft op de ontwikkeling en koers van weersystemen.

S
Wolken en zicht

Stratus

Lage, egale wolkenlaag die soms motregen geeft en in heuvelachtig terrein als mist kan voorkomen.

S
Onweer en extremen

Supercel

Langlevende onweersbui met een roterende stijgstroom. Kan zware hagel, zeer zware windstoten en soms tornado’s veroorzaken.

T
Temperatuur

Temperatuur

Maat voor warmte of kou van de lucht, in Nederland meestal uitgedrukt in graden Celsius.

T
Lucht en druk

Thermiek

Plaatselijke stijgende luchtbellen die ontstaan doordat het aardoppervlak door de zon ongelijk wordt verwarmd.

T
Onweer en extremen

Tornado

Snel roterende luchtkolom die vanuit een buienwolk contact maakt met het aardoppervlak.

T
Onweer en extremen

Tropische cycloon

Krachtig lagedruksysteem boven warm tropisch zeewater met georganiseerde onweersbanden en sterke draaiende wind.

T
Temperatuur

Tropische dag

Dag waarop de maximumtemperatuur 30,0 °C of hoger bereikt.

T
Onweer en extremen

Tropische storm

Tropische cycloon die nog niet de winddrempel voor orkaankracht heeft bereikt.

T
Algemeen

Troposfeer

Onderste laag van de atmosfeer waarin vrijwel al het dagelijkse weer plaatsvindt.

U
Zon en straling

UV-index

Maat voor de sterkte van ultraviolette zonnestraling aan het aardoppervlak en het risico op huidschade.

V
Wind

Valwind

Sterke neerwaartse luchtstroom uit een bui die bij de grond horizontaal uitspreidt en plotselinge zware windstoten kan geven.

V
Lucht en druk

Verdamping

Overgang van vloeibaar water naar waterdamp.

V
Lucht en druk

Verzadiging

Toestand waarin lucht bij een bepaalde temperatuur de maximale hoeveelheid waterdamp bevat.

V
Temperatuur

Vorst

Situatie waarin de luchttemperatuur op de officiële meethoogte onder 0 °C daalt.

V
Temperatuur

Vorstdag

Dag waarop de minimumtemperatuur lager is dan 0,0 °C.

V
Temperatuur

Vriespunt

Temperatuur waarbij vloeibaar water onder normale omstandigheden bevriest, rond 0 °C.

W
Lucht en druk

Warmtefront

Front waarbij warmere lucht oprukt over koudere lucht. Vaak voorafgegaan door toenemende gelaagde bewolking en langdurige neerslag.

W
Onweer en extremen

Waterhoos

Trechtervormige roterende luchtkolom boven water. Waterhozen komen onder meer boven het IJsselmeer voor.

W
Onweer en extremen

Weeralarm

Benaming voor code rood van het KNMI bij een gevaarlijke weersituatie met mogelijk grote maatschappelijke ontwrichting.

W
Lucht en druk

Weerfront

Grenszone tussen twee verschillende luchtmassa’s. Zie ook koufront, warmtefront en occlusiefront.

W
Meten en modellen

Weermodel

Computermodel dat op basis van waarnemingen en natuurkundige wetten een weersverwachting berekent.

W
Wind

Wind

Horizontale luchtstroming die ontstaat door verschillen in luchtdruk.

W
Temperatuur

Windchill

Engelse term voor gevoelstemperatuur bij kou, waarbij het extra warmteverlies door wind wordt meegenomen.

W
Wind

Windkracht

Aanduiding van gemiddelde windsnelheid, vaak volgens de Beaufortschaal.

W
Wind

Windrichting

Richting waaruit de wind komt. Een westenwind waait dus van west naar oost.

W
Wind

Windschering

Verandering van windsnelheid en/of windrichting met hoogte of afstand. Belangrijk voor luchtvaart en onweersontwikkeling.

W
Wind

Windstoot

Kortdurende piek in windsnelheid boven de gemiddelde wind.

W
Wind

Windveer

Verandering van de windrichting met de klok mee, bijvoorbeeld van zuid naar west.

W
Wolken en zicht

Wolk

Verzameling van kleine waterdruppeltjes, ijskristallen of een combinatie daarvan die in de atmosfeer zweeft.

W
Wolken en zicht

Wolkenbasis

Hoogte van de onderkant van een wolkenlaag boven de grond.

W
Wolken en zicht

Wolkendek

De hoeveelheid van de hemel die door wolken wordt bedekt.

Z
Wind

Zeewind

Lokale wind vanaf zee richting land die vaak overdag ontstaat wanneer het land sterker opwarmt dan het water.

Z
Wolken en zicht

Zicht

Horizontale afstand waarop objecten nog herkenbaar kunnen worden waargenomen. Mist, neerslag en stof kunnen het zicht verminderen.

Z
Temperatuur

Zomerse dag

Dag waarop de maximumtemperatuur 25,0 °C of hoger bereikt.

Z
Zon en straling

Zonkracht

Sterkte van ultraviolette zonnestraling. Wordt praktisch weergegeven met de UV-index.

Z
Zon en straling

Zonnestraling

Elektromagnetische energie van de zon die de aarde bereikt en de belangrijkste energiebron voor het weer vormt.

Z
Onweer en extremen

Zwaar onweer

Onweerssituatie met verhoogde kans op verschijnselen als zware windstoten, veel regen, grote hagel of talrijke bliksemontladingen.

Z
Neerslag

Zware regen

Regen met voldoende intensiteit of duur om hinder, aquaplaning, wateroverlast of overstroming te kunnen veroorzaken.

Z
Wind

Zware windstoot

Korte windpiek met een hoge snelheid die schade en gevaar kan veroorzaken. Het KNMI gebruikt voor waarschuwingen drempels die afhangen van gebied, seizoen en verwachte impact.

Over deze almanak

De uitleg is bedoeld als praktische meteorologische woordenlijst. Voor officiële weerwaarschuwingen en actuele veiligheidsadviezen blijft het KNMI de primaire bron.

Bekijk actuele weerwaarschuwingen →