Live weerstation Medemblik, Noord-Holland
Weerstation Medemblik
Actueel weer uit Medemblik Betrouwbaar • lokaal • 24/7 live meetgegevens
10,3°C
Dusk en droog
Wind 5,0 km/u • Luchtdruk 1.034,0 hPa • Max windvlaag vandaag 31,5 km/u
Weernieuws:

KNMI verbetert registratie kleine aardbevingen: nieuw detectiesysteem moet meetverschillen voorkomen

Het KNMI heeft een nieuwe automatische detectiemethode ingevoerd waarmee kleine aardbevingen worden geregistreerd op basis van metingen van minimaal drie seismische meetstations.
KNMI verbetert registratie kleine aardbevingen: nieuw detectiesysteem moet meetverschillen voorkomen

DEN HAAG – Het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) heeft een nieuwe automatische methode voor het detecteren van aardbevingen in gebruik genomen. Daarmee moeten ook kleinere aardbevingen betrouwbaarder worden geregistreerd. De verbetering volgt op de ontdekking in 2024 dat de automatische registratie van het KNMI niet volledig overeenkwam met de internationale standaarden waarop de gepubliceerde aardbevingskaarten waren gebaseerd. Staatssecretaris Jo-Annes de Bat van Klimaat en Groene Groei heeft de Tweede Kamer op 2 november 2026 geïnformeerd over de resultaten van het nieuwe systeem.

De verbeterde detectiemethode is vooral belangrijk voor gebieden waar ondergrondse activiteiten plaatsvinden, zoals gaswinning, gasopslag en geothermie. Bij dergelijke activiteiten kunnen aardbevingen ontstaan die niet door natuurlijke processen worden veroorzaakt. Deze zogenoemde geïnduceerde aardbevingen worden door het KNMI gemeten en geregistreerd om de risico's van ondergrondse activiteiten beter te kunnen beoordelen.

Oude systeem registreerde niet alle kleine bevingen

In 2024 werd duidelijk dat er een verschil bestond tussen de manier waarop het KNMI aardbevingen automatisch registreerde en de uitgangspunten van de kaarten die het instituut publiceerde. Volgens internationale standaarden kan een aardbeving worden geregistreerd wanneer deze door minimaal drie seismische meetstations wordt waargenomen en de magnitude kan worden vastgesteld.

Het automatische registratiesysteem van het KNMI hanteerde echter een strengere grens. Een aardbeving moest door minstens zes meetstations worden waargenomen voordat deze automatisch werd geregistreerd.

Door deze werkwijze werden kleine aardbevingen met een magnitude onder 1,5 niet overal in Nederland gerapporteerd. Het ging daarbij om zeer lichte bevingen die doorgaans niet voelbaar zijn en volgens de Kamerbrief geen schade veroorzaken.

Hoewel deze kleine bevingen voor inwoners meestal geen directe gevolgen hebben, kunnen ze wel belangrijke informatie opleveren over veranderingen in de ondergrond. De gegevens worden gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek, het beoordelen van risico's en de vergunningverlening voor ondergrondse activiteiten.

Tijdelijke maatregelen in Zuid-Holland en Friesland

Nadat het verschil in registratie was vastgesteld, nam het KNMI in 2024 verschillende tijdelijke maatregelen. Daarbij werd onder meer gebruikgemaakt van een aanvullende detectiemethode, de zogenoemde Coincidence Trigger, in Zuid-Holland en Friesland.

Ook werd de meetmethode aangepast door op twee dieptes te meten in plaats van op één diepte per meetstation. Hierdoor moest het mogelijk worden om kleinere aardbevingen beter waar te nemen.

Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) onderzocht vervolgens of aanvullende tijdelijke maatregelen noodzakelijk waren voor afzonderlijke mijnbouwvergunningen. Volgens de toezichthouder bleek dat niet nodig.

De genomen maatregelen waren voldoende om aan de eisen van de bestaande vergunningen te voldoen. SodM blijft toezicht houden op de seismische risicobeheersplannen van vergunninghouders en betrekt daarbij ook de kwaliteit van het plaatselijke meetnet.

Nieuwe detectiemethode sinds juni operationeel

Het KNMI werkte ondertussen aan een nieuwe automatische detectiemethode die aansluit op de internationale standaard. Daarbij geldt voortaan dat een aardbeving kan worden geregistreerd wanneer deze door minimaal drie meetstations wordt waargenomen en zowel de locatie als de magnitude kan worden bepaald.

Het nieuwe systeem is op 16 juni 2026 in gebruik genomen. Aanvankelijk draaide het naast het bestaande detectiesysteem, inclusief de aanvullende regionale maatregelen die in 2024 waren ingevoerd.

Gedurende drie maanden werden beide methoden tegelijkertijd gebruikt en met elkaar vergeleken. Uit de testresultaten bleek dat beide systemen in deze periode dezelfde aardbevingen in de officiële aardbevingscatalogus registreerden.

Volgens het KNMI bevestigt dit dat de nieuwe automatische detectiemethode naar behoren functioneert. Tegelijkertijd tonen de resultaten aan dat de tijdelijke maatregelen uit 2024 effectief zijn geweest.

Met de nieuwe werkwijze is het verschil tussen de internationaal gehanteerde uitgangspunten op de gepubliceerde kaarten en de daadwerkelijke registratiepraktijk weggenomen.

Niet iedere trilling kan worden geregistreerd

Ondanks de verbeteringen blijft het onmogelijk om iedere beweging in de ondergrond als aardbeving vast te leggen. Sommige trillingen zijn zo klein dat de meetsignalen nauwelijks boven het normale achtergrondgeluid uitkomen.

Dergelijke signalen kunnen door de meetapparatuur worden opgemerkt, maar zijn niet altijd nauwkeurig genoeg om de sterkte van de betreffende aardbeving vast te stellen.

Wanneer geen betrouwbare magnitude kan worden bepaald, wordt de gebeurtenis niet opgenomen in de officiële aardbevingscatalogus.

Het KNMI maakt daarbij onderscheid tussen het waarnemen van een mogelijk seismisch signaal en het daadwerkelijk registreren van een aardbeving waarvan de locatie en sterkte bekend zijn.

Voor aardbevingen met een magnitude groter dan 2,0 geldt bovendien een wettelijke verplichting voor het KNMI om het publiek te informeren. Kleinere bevingen blijven belangrijk voor monitoring en onderzoek.

Uitbreiding van meetnet loopt vertraging op

Naast de nieuwe detectiemethode wordt gewerkt aan uitbreiding en modernisering van het landelijke seismische meetnet. Deze uitbreiding maakt deel uit van maatregel 49 uit de kabinetsreactie Nij Begun, die volgde op de parlementaire enquête naar de aardgaswinning in Groningen.

De ambitie is om in gebieden waar ondergrondse activiteiten plaatsvinden alle aardbevingen vanaf magnitude 1,5 te kunnen registreren.

Daarvoor zijn aanvullende meetstations nodig. De aanleg daarvan verloopt volgens het KNMI echter langzamer dan oorspronkelijk verwacht.

Een belangrijke oorzaak is de voorbereiding van nieuwe meetlocaties. Gemeenten hebben vaak weinig ervaring met vergunningaanvragen voor seismische meetstations. Bovendien verschillen de procedures per gemeente, waardoor de voorbereiding en vergunningverlening meer tijd kosten.

Tot nu toe is één nieuw meetpunt gerealiseerd op een onderzoeksveld bij Cabauw, in de provincie Utrecht. Daarnaast wordt de modernisering van zes bestaande meetstations volgens de planning nog in 2026 afgerond.

Het KNMI geeft aan dat meer voorbereidingstijd nodig is om de verdere uitbreiding zorgvuldig uit te voeren.

Betere gegevens belangrijk voor gaswinning en geothermie

De verbeterde registratie speelt een belangrijke rol bij vergunningaanvragen voor ondergrondse activiteiten. Mijnbouwondernemingen hebben een wettelijke verplichting om aardbevingen te monitoren die verband kunnen houden met hun activiteiten.

De meetgegevens helpen bij het beoordelen van mogelijke seismische risico's. Dat is niet alleen relevant voor bestaande gaswinningslocaties, maar ook voor toekomstige projecten waarbij gebruik wordt gemaakt van de diepe ondergrond.

Bij geothermie wordt bijvoorbeeld warmte uit diepe aardlagen gewonnen. Ook bij dergelijke activiteiten is betrouwbare informatie over mogelijke aardbevingen noodzakelijk om risico's te kunnen beoordelen en passende veiligheidsmaatregelen vast te stellen.

De gegevens uit de aardbevingscatalogus worden daarnaast gebruikt voor onderzoek naar de oorzaken van aardbevingen en voor het toezicht op vergunninghouders.

Verschil tussen theorie en praktijk verdwenen

Staatssecretaris De Bat concludeert in zijn brief aan de Tweede Kamer dat de verbeteringen ervoor hebben gezorgd dat de registratie van aardbevingen nu aansluit op de internationale standaarden.

Aardbevingen die op minimaal drie meetstations worden waargenomen en waarvan de locatie en magnitude kunnen worden vastgesteld, worden volgens de nieuwe methode gerapporteerd.

Daarmee is volgens het kabinet een belangrijke stap gezet naar een betrouwbaarder registratie van kleine aardbevingen in Nederland.

De verdere uitbreiding van het seismische meetnet moet ervoor zorgen dat ook in de toekomst voldoende meetgegevens beschikbaar zijn. Dat is van belang voor wetenschappelijk onderzoek, de veiligheid rond ondergrondse activiteiten en een zorgvuldige ontwikkeling van nieuwe energieprojecten.

← Terug naar Weernieuws